‘Je ziet mooie verhalen ontstaan. Kinderen die hun talenten ontdekken’

‘Je ziet mooie verhalen ontstaan. Kinderen die hun talenten ontdekken’

Werkers op Zuid: Bart van Wensen, projectleider sport Kinderfaculteit Pendrecht

Dagelijks werken de partners van het NPRZ om het op Zuid beter te maken voor de huidige en de nieuwe bewoners. Deze serie portretteert de mensen die zich inzetten voor een sterker Zuid. Deze keer: Bart van Wensen, gymleraar en projectleider Sport aan de Kinderfaculteit in Pendrecht.

Op Zuid zijn er relatief veel kinderen die niet of nauwelijks sporten. ‘Sport staat simpelweg niet altijd op de prioriteitenlijst van ouders, die hun handen al vol hebben aan het voorzien in de primaire levensbehoeften,’ legt Bart Van Wensen uit. ‘Dat is heel jammer, want kinderen vinden het vaak leuk om te sporten en het geeft ze een goed gevoel om bij een club te horen.’
In zijn werk als gymleraar en projectleider Sport aan de Kinderfaculteit in Pendrecht zet Van Wensen sport bovendien in als middel om jongeren dingen te leren over zichzelf. ‘Zo hebben we speciaal voor jongens in de leeftijd van elf, twaalf jaar, die op school moeilijk gedrag laten zien, het programma Xtreme Sports ontwikkeld. Zes maanden lang gaan we letterlijk extreme dingen met ze doen. Van ijshockeyen en BMX-en tot samen een toren bouwen tot aan het plafond van de gymzaal. Het zijn vaak kwetsbare jongens die het al op jonge leeftijd zelf moeten zien te rooien en weinig hebben om op terug te vallen. Met elk van hen maken we een persoonlijk ontwikkelplan. Door dingen met ze te doen die ze nog nooit eerder hebben gedaan, halen we ze bewust uit balans. We laten ze worstelen en ploeteren. Dingen lukken niet, ze raken gefrustreerd, worden boos, geven op, proberen het toch opnieuw. Dat laten we allemaal gebeuren, om de jongens daarna een spiegel voor te houden. Maar boven alles maken we veel plezier.’

Verschil maken
Van Wensen begon twaalf jaar geleden als gymleraar op Obs Over de Slinge in Pendrecht. ‘Destijds stond Pendrecht in de top drie van wat we toen Vogelaarwijken noemden,’ vertelt hij. ‘Ik had daarvoor op allerlei andere scholen lesgegeven, maar merkte dat ik hier in Pendrecht veel harder nodig was. Dat ik hier echt verschil kon maken.’
Omdat het in de jaren die volgden, ietsje beter ging met de wijk, hoort Pendrecht nu niet tot de zogenaamde Focuswijken, waar basisschoolleerlingen standaard tien uur extra leertijd krijgen aangeboden. Maar ook in Pendrecht zijn relatief veel leerlingen die een extra zetje in de rug goed kunnen gebruiken. Daarom richtten vier basisscholen en Vitaal Pendrecht, met financiële hulp van Stichting de Verre Bergen, samen de Kinderfaculteit op. In een omgebouwde bibliotheek aan Plein 1953 volgen kinderen na en tijdens schooltijd, en zelfs op zondag, leerzame programma’s: rekenen en taal, maar ook creatieve lessen, muziek en dus ook sport.

Kickboksen
Van Wensen: ‘Met de Kinderfaculteit geven we de kinderen de kans om een sport te beoefenen die ze leuk vinden en bij ze past. We bieden dertien verschillende sporten aan. Van voetbal tot kickboksen en streetdance. Alle 1115 basisschoolleerlingen in Pendrecht kunnen zich inschrijven voor de sport die ze leuk vinden. In tegenstelling tot de reken- en taallessen is het sporten niet kosteloos, maar dat het via de Kinderfaculteit aangeboden wordt, helpt wel: toen ik op Obs Over de Slinge kwam werken, zat nog geen twintig procent van de kinderen bij een sportclub. Nu is dat bijna zestig procent. Er is een nieuwe dansschool in de wijk gekomen, Free2move. Die heeft in korte tijd 75 nieuwe leden gekregen. En ook de kickboksschool is booming!’

Sportclub voor jongeren
Van Wensen geeft nog steeds twee dagdelen gymles op Over de Slinge. Alle tijd die hij overhoudt, stopt hij in zijn projectwerk voor de Kinderfaculteit. De manier waarop de Kinderfaculteit in Pendrecht opereert, op wijkniveau, is uniek in Nederland. Van Wensen ziet dat het werkt: ‘Muziekles volgen is schreeuwend duur, niet veel ouders in Pendrecht kunnen dat betalen. Wij bieden het aan en wat gebeurt er? Je ziet mooie verhalen ontstaan, kinderen die aanleg blijken te hebben en hun talenten ontdekken. In de sport zie je hetzelfde. Begrijp me goed: het gaat ons er niet om topsporters af te leveren. Maar als er een leerling tussen zit die hierdoor op het idee komt om later sportdocent te worden, hebben we al iets moois bereikt.’
Eén van Van Wensens doelen is om het aanbod voor kinderen van elf jaar en ouder te verbeteren. ‘In die leeftijd krijgen kinderen meer behoefte aan autonomie. Ze willen flexibeler sporten. Ik droom van een sportclub waar die doelgroep lessen kan volgen op het moment dat het hen uitkomt. Waar ze hun energie kwijt kunnen, ontdekken wat ze leuk vinden en hun talenten kunnen ontwikkelen. Dat is echt belangrijk voor de wijk.’

Voeten in de klei
Van Wensen vertelt over een twaalfjarige jongen, die hij Alex zal noemen, die deelnam aan het Xtreme Sports-traject. ‘Hij had een schrijnend verhaal. Zijn moeder was niet in staat om voor hem te zorgen, op school verliep het moeizaam. Hij deed mee aan ons programma om zelfredzamer te worden. Aan het einde van de rit gaan we altijd op wintersport met alle jongens, Alex ging ook mee. Op de heenreis bleek dat hij geen boterhammen bij zich had, maar een zak chips. In het hostel waar we logeerden was een lopend buffet. Hij kon niet geloven dat hij zelf mocht kiezen wat hij wilde eten en hoe vaak hij zou opscheppen. Ook had hij geen idee wat hij met zijn bestek moest doen, liever at hij met zijn vingers. Wij moesten erop letten dat hij elke dag zijn medicijnen op tijd in nam. Kortom: een heel kwetsbare jongen. Op dag twee daalde hij achterstevoren de piste af – ik zal dat koppie nooit vergeten - en werd hij de held van de groep. Ze leren zoveel tijdens die dagen. Over doorzetten. Over vertrouwen op anderen. Over dat je meer kunt dan je soms zelf denkt. Het is een unieke ervaring voor ze. Zeker omdat we elke avond met elke jongere de dag evalueren: hoe ging het vandaag, hoe ben je daarmee omgegaan en wat kun je ervan leren?
‘Ik had altijd voor ogen directeur te willen worden van een basisschool, en dat lijkt me nog steeds heel mooi. Maar voorlopig wil ik nog even met mijn voeten in de klei staan en met speciale doelgroepen werken. Daar ligt mijn hart. Direct met de leerlingen bezig zijn, ze het zetje geven dat ze verdienen, en die sportclub voor elfplussers ontwikkelen. Als dat lukt… ja, dat zou ik heel tof vinden.’