‘Mensen met problemen worden moe. Ik wil ze graag weer zien lachen.’

‘Mensen met problemen worden moe. Ik wil ze graag weer zien lachen.’

Werkers op Zuid: Sjanta Dasrath, wijkcoach en schuldensupervisor

 

Dagelijks werken de partners van het NPRZ om het op Zuid beter te maken voor de huidige en de nieuwe bewoners. Deze serie portretteert de mensen die zich inzetten voor een sterker Zuid. Deze keer: Sjanta Dasrath. Naast wijkcoach is ze schuldensupervisor en regelt ze ondersteuning vanuit de WMO voor die bewoners in Pendrecht en Heijplaat die dat nodig hebben.

‘In de wijken waar ik werk, heeft bijna iedereen schulden,’ zegt Sjanta Dasrath. ‘En dan heb ik het niet over een hypotheek. Die schulden kunnen variëren van een paar tientjes tot vele duizenden euro’s. Maar als er een huurachterstand is, kun je op je vingers natellen dat er meer speelt. Het verlies van een baan, relatieproblemen, verslaving. Als wijkteam richten wij ons op de bewoners met dergelijke multiproblematiek, waar het ene probleem met het andere samenhangt. Onder hen zijn ook bankslapers: mensen zonder een vaste verblijfplek.’

Van de vijf dagen dat Dasrath werkt, is ze er vier in de wijk. Dan bezoekt ze bewoners die ofwel zelf een hulpvraag hebben ingediend bij de vraagwijzer, ofwel door iemand anders zijn aangemeld. Bijvoorbeeld door een huisarts, consultatiebureau, school of Stichting Dock. Het eerste gesprek is erop gericht de problematiek helemaal te ontrafelen. Wat is er aan de hand in het gezin? Welke instanties kunnen helpen bij het oplossen van de problemen? En welke stappen moeten in welke volgorde ondernomen worden? ‘Het vraagt veel van mensen om zich zo bloot te geven,’ zegt Dasrath. ‘Maar vaak is het een verademing voor ze, als er iemand aan hun keukentafel zit, die zegt: we gaan je problemen aanpakken.’

Zelfredzaam
Dasrath vertelt over de Bulgaarse jonge vrouw, zwanger van haar eerste kind, wier Turkse man door de IND werd uitgezet, omdat zijn verblijfsvergunning was verlopen. ‘Zelf zat ze in de ziektewet, haar man was de kostwinner geweest. Hierdoor stonden alle huur- en zorgtoeslagen op zijn naam. Vanaf het moment van zijn uitzetting liep zij dus geld mis, waardoor ze binnen de kortste keren een huurachterstand opbouwde en zelfs uit hun huis kon worden gezet.’ Terwijl een advocaat meneer probeerde terug te halen uit Turkije, correspondeerde Dasrath met de Belastingdienst, de woningcorporatie, de kredietbank, het Centrum Jeugd en Gezin en de Voedselbank om de situatie van mevrouw te verbeteren. ‘We hebben zelfs boodschappen voor haar gedaan, tot de aanmelding bij de Voedselbank rond was. Het is een traject van anderhalf jaar geweest, maar het is gelukt. Het koppel is nu weer samen, er is een gezonde baby geboren, mevrouw volgt een taalcursus en is veel zelfredzamer geworden. Ja, dat doet me wel wat, dat ik daar een rol in heb gehad.’

Kennis van wetgeving
Voordat Dasrath wijkcoach werd in Pendrecht en Heijplaat, is ze werkzaam geweest als uitkeringsconsulente in Feijenoord, als beoordelaar wachtgeld voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en voor het UWV. ‘Mijn eerdere banen vroegen om een zakelijke blik. Ik behandelde cases vanuit de wetgeving. Maar ik ving natuurlijk wel een glimp op van de persoonlijke narigheid die er achter zat, en op een gegeven moment dacht ik: dáár moet ik iets mee. Daarom ben ik wijkcoach geworden. Op Zuid, heel bewust op Zuid. Waarom? Je kunt in één oogopslag zien dat hier heel veel speelt. Hier kan ik met mijn kennis over sociale wetgeving en uitkeringen echt een verschil maken.’

Goed gevoel
De binding die ze heeft met de wijk is heel sterk, zegt Dasrath. ‘Huisartsen, wijkcoaches, deurwaarders, huismeesters, mensen van de woningbouw: iedereen kent elkaar en werkt nauw met elkaar samen om gezinnen verder te helpen. We zien elkaar als collega’s. Samen werken aan oplossingen, waardoor mensen een nieuwe start kunnen maken in hun leven, geeft een heel goed gevoel. Mensen die problemen hebben, worden moe. Ze hebben vaak de kracht niet meer om de schouders eronder te zetten en hun problemen aan te pakken. Vaak zijn ze uitgeput, als wij voor het eerst langskomen. Wat mij het meest voldoening geeft, is als ik diezelfde mensen na een tijdje weer rechtop zie lopen, zie lachen. Daar doe ik het voor.’