‘De veerkracht van mijn cursisten vind ik inspirerend’

‘De veerkracht van mijn cursisten vind ik inspirerend’

Werkers op Zuid: Eline van der Waal, taaldocent bij NLeducatie

Dagelijks werken de partners van het NPRZ om het op Zuid beter te maken voor de huidige en de nieuwe bewoners. Deze serie portretteert de mensen die zich inzetten voor een sterker Zuid. Deze keer: Eline van der Waal, die taallessen geeft bij NLeducatie.

‘Wist je dat laaggeletterden vaker gezondheidsproblemen hebben?’ vraagt Eline van der Waal. ‘Stel je maar eens voor dat je niet goed aan je huisarts kunt uitleggen wat je hebt. Of het etiket op je medicijndoosje niet kunt lezen.’ En dat is nog maar één van de vele redenen, waarom het voor iedereen in Rotterdam-Zuid belangrijk is om de Nederlandse taal te leren. Of je nou in een inburgeringstraject zit of niet. ‘Wie de taal spreekt, kan zich redden in de communicatie met instanties, vindt eerder werk en legt makkelijker contact met anderen. Nu zie je nog dat veel mensen afhankelijk zijn van hun kinderen. Voor simpele dingen als het invullen van een antwoordstrookje van school, moeten ze een beroep op hen doen.’

Het potlood, de pen
Van der Waal zal de laatste zijn om te beweren dat Nederlands leren makkelijk is. ‘De Nederlandse taal zit vol inconsequenties. Waarom is het hét potlood en de pen, willen mijn cursisten weten. Tja, dat is een goeie, want er zijn geen regels en geen ezelsbruggen voor. Je moet het gewoon leren.’ Van het rijtjes stampen is ze niet. ‘Veel liever geef ik thematische lessen, aan de hand van een reclamefolder of een poster in de wachtruimte van de tandarts. Uitjes maken we ook. Dan gaan we samen naar de supermarkt of we oefenen gesprekjes met de juf van school. Dat werkt! Als iemand gemotiveerd is, en een beetje talig, kan het snel gaan. Daarom vraag ik aan het begin van de cursus aan al mijn cursisten: waarom ben je hier? De een wil zich kunnen redden aan de telefoon met instanties, de ander wil niet langer klinken als een kind en voor vol worden aangezien. Op die doelen probeer ik steeds in te spelen, zodat de motivatie hoog blijft.’

Niveauverschillen
Van der Waal is in 2016 in het taalonderwijs voor volwassenen terecht gekomen. ‘Er werd gezocht naar vrijwilligers die konden assisteren bij taallessen aan vluchtelingen. Dat leek me leuk en dat was het ook: ik had meteen een klik met die mensen. Na een half jaar kon ik aan de slag als docent. Dat paste goed bij mijn achtergrond als docent Nederlands.’
Sindsdien staat Van der Waal vier dagen per week voor de klas bij NLeducatie. In een klas zitten tussen de acht en de twaalf cursisten per keer. Onder hen zijn veel nieuwkomers. ‘De een spreekt geen woord Nederlands, de ander heeft een beetje geoefend in het AZC en de derde spréékt redelijk goed, maar kan weer helemaal niet schrijven. Er zijn er ook die zelfs in het land van herkomst nog nooit hebben gelezen of geschreven. Die moeten beginnen bij alfabetisering.’

Veerkracht
Wat Van der Waal zo leuk vindt aan haar werk? ‘Het contact met de cursisten. Sinds Corona is dat contact wel veranderd. Veel lessen vinden online plaats. ‘Gek genoeg heb ik sommigen daardoor ook wel weer beter leren kennen. Je ziet de situatie waarin ze zitten. Kinderen die meedoen met de les van de ouders, soms een antwoord voorzeggen. Maar soms ook een ziek kind, lawaai op de achtergrond. Sommige cursisten hebben niet eens een laptop en volgen de lessen op hun telefoon. Ik probeer thuis niet door te blijven malen over de moeilijke omstandigheden van sommige cursisten, maar het doet me natuurlijk wel wat. Hun veerkracht vind ik inspirerend. De meeste hebben een uitkering en veel aan hun hoofd, maar zetten toch alles op alles om de Nederlandse taal te leren. Dat vind ik knap.’

Het belang van taal
Zien hoe de cursisten elke dag kleine stapjes maken, en uiteindelijk echt vooruitgang boeken, is wat Van der Waal elke dag weer stimuleert. ‘De cursisten merken zelf ook dat ze langzaam maar zeker taalvaardiger worden. Daardoor krijgen ze zelfvertrouwen en durven ze meer.’ Van der Waal vertelt over Jocelyn, een cursist van haar die als schoonmaakster bij een kinderopvang werkte, maar het schoonmaken graag zou verruilen voor de zorg voor de kindjes. ‘Ze durfde alleen het gesprek hierover met haar leidinggevende niet aan. Doordat ze de taal- en werkcursus ging volgen, kreeg ze zelfvertrouwen. Uiteindelijk is ze naar haar baas gestapt en bleek dat die net op zoek was naar een stagiair voor op de groep. Zo zie je maar hoe belangrijk taal is!’