'Er is werk genoeg, maar de match is soms lastig te maken'

'Er is werk genoeg, maar de match is soms lastig te maken'

Werkers op Zuid: Shannon Kastelan, jobhunter gemeente Rotterdam

Dagelijks werken de partners van het NPRZ om het op Zuid beter te maken voor de huidige en nieuwe bewoners. Deze serie portretteert de mensen die werken aan een sterker Zuid. Deze keer: Jobhunter Shannon Kastelan, die bijstandsgerechtigden van de bank krijgt, door werk voor ze te vinden. Hoe? Door werkzoekenden én werkgevers op te voeden. 

Over mensen die in de bijstand zitten, bestaan veel vooroordelen,’ zegt Shannon Kastelan. ‘Oók bij werkgevers. Die zullen wel niks kunnen, of lui zijn, denken ze. Maar dat beeld klopt in de meeste gevallen niet.’ Als iemand dat kan weten, is zij het. Want als jobhunter bij de gemeente Rotterdam, team NPRZ, spreekt Kastelan ze dagelijks. Mensen die door een reorganisatie, een burn out of een zwangerschap in de WW terecht zijn gekomen en vervolgens in de bijstand, maar hartstikke gemotiveerd zijn om weer aan de slag te gaan. Dus wat doet Shannon, als ze gesprekken voert met werkgevers? ‘Ik voed ze op. Ik vertel ze dat ze hun verwachtingen moeten bijstellen. Dat ze zich niet moeten blindstaren op een cv, maar naar karakter en persoonlijkheid moeten kijken.’

Werk in overvloed
Er is werk genoeg op Zuid, denkt Kastelan. Maar de match tussen werkgever en werkzoekende is niet altijd makkelijk te maken. ‘Horecafuncties zijn er zat. Maar ben je een alleenstaande moeder, zonder familie in de buurt die op je kinderen kan passen, dan kun je niet zomaar ’s avonds en in het weekend werken. Dan moet je iets regelen. Schoonmaakwerk wordt ook ruimschoots aangeboden, maar heel versnipperd: drie uur in de ochtend hier, twee uur in de middag daar. Het is lastig om aan je uren te komen.’

Banenmarkten en inloopspreekuur
Het team waar Shannon deel van uitmaakt, heeft tal van manieren ontwikkeld om werkzoekenden aan het werk te krijgen. ‘We organiseren banenmarkten,’ zegt ze. ‘Van heel kleinschalige, waarbij tien kandidaten tegelijk speeddaten met een werkgever, tot XL-banenmarkten. We doen rondleidingen bij bedrijven, waarbij werkgevers kandidaten kunnen scannen, om daarna met een enkeling verder praten. We sturen wekelijks een vacaturekrant rond, die via de werkconsulenten onder werkzoekenden verspreid wordt. En ik houd twee keer per week inloopspreekuur in de Huizen van de Wijk in Lombardijen en Beverwaard.’ De gemeente stuurt aan op Social Return on Investment. Dat houdt in dat bedrijven die een opdracht voor de gemeente of corporaties willen doen, moeten zorgen voor banen of stageplaatsen voor mensen die anders moeilijk aan het werk komen. ‘We werken bijvoorbeeld samen met NPRZ-partners als Vestia, Havensteder en Woonstad Rotterdam. Zij leveren de jobs, wij de kandidaten. Ook voor de renovatie van de Maastunnel hebben wij kandidaten aangedragen. Honderden voormalig bijstandsgerechtigden zijn hierdoor voor twee, drie jaar aan werk geholpen.’

De eerste indruk
De werkgevers zijn niet de enigen die Kastelan probeert op te voeden. ‘Zit je er tijdens sollicitaties ook zo onderuitgezakt bij?’ vraagt ze soms aan werkzoekenden die ze op haar spreekuur krijgt. ‘Ik leg uit dat de eerste indruk belangrijk is, en probeer ze door de ogen van een werkgever naar zichzelf te laten kijken.’ Soms krijgt ze met vijandigheid te maken. ‘Dan is het van: “Ja, maar jij hebt makkelijk praten, met je baan bij de gemeente!” Dan leg ik uit dat ik zelf ook 2,5 jaar werkloos ben geweest, en dat ik drie baantjes tegelijk aannam om eruit te komen.’ Laatst vroeg ik een man, die overal werd afgewezen: “Wat zou een werkgever denken als hij jou zo ziet zitten? En stel je weleens een vraag, tijdens een sollicitatiegesprek?” Of het hierdoor kwam, weet ik niet, maar anderhalve week later had hij een baan.’

Iedereen blij
Kastelan stopt soms veel tijd en energie in iemand die er na een paar weken werken al weer de brui aan geeft. ‘Dat is balen,’ zegt ze. ‘Maar gelukkig lukt er veel wél.’ Om daaraan herinnerd te worden, hoeft ze alleen maar even een bakje chickenwings te gaan halen bij het Kentucky Fried Chicken-filiaal bij de Kuip. Daar staat tegenwoordig een wat oudere, rustige dame achter de counter. Ze zat jaren in de bijstand, maar is door Kastelans toedoen weer aan het slag. ‘Bij toeval ontdekte mijn collega Rawi Oemraw dat die vrouw op Aruba jaren bij KFC had gewerkt. Dat werk wilde ze best weer doen. Ze was 24 uur per week beschikbaar. Zij blij, werkgever blij.’