‘Ik wil voorkomen dat kinderen meemaken wat ik zelf meemaakte’

‘Ik wil voorkomen dat kinderen meemaken wat ik zelf meemaakte’

Werkers op Zuid: wijkcoach Betul Autar-Kanik

Dagelijks werken de partners van het NPRZ om het op Zuid beter te maken voor de huidige en nieuwe bewoners. Deze serie portretteert de mensen die werken aan een sterker Zuid. Deze keer wijkcoach Betul Autar-Kanik die werkt in Feijenoord, een van de acht Children’s Zones in Rotterdam-Zuid. In deze gebieden hebben de wijkteams extra mankracht om kwetsbare gezinnen te helpen. Werkbegeleider Betul Autar-Kanik legt uit hoe door ‘er vroeg bij te zijn’ grotere problemen worden voorkomen.

Kinderen opvoeden is een hele klus. Laat staan als je als alleenstaande moeder van drie kinderen gevlucht bent uit je moederland, een poosje in een AZC hebt gewoond en het nu probeert te rooien in de Rotterdamse wijk Feijenoord, terwijl je de Nederlandse taal nog niet beheerst. Dan kun je wel wat hulp gebruiken. Alleen al bij het invullen van formulieren of het vinden van een geschikte taalcursus. Of je woont al je hele leven in Feijenoord, maar bent net met vier kinderen achtergelaten door je partner, en zit nu zonder inkomen. ‘Het zijn situaties waarin de ouders hulp nodig hebben, om de kansen van de kinderen te vergroten,’ legt Betul Autar-Kanik uit, die als werkbegeleider vooral preventief werk verricht: ‘Door er op tijd bij te zijn, en ouders te helpen om hun basis op orde te krijgen, hopen we grotere problemen te voorkomen.’

Children’s Zone
Autar-Kanik werd geboren in het Zuiderziekenhuis, groeide op in Pendrecht en woonde van haar tiende tot haar negentiende in Zuidwijk. Maar ze leerde Zuid pas echt kennen toen ze in 2014 stage ging lopen bij het wijkteam Bloemhof. ‘Toen ontdekte ik wat er allemaal speelde achter die voordeuren: armoede, geweld, opvoedproblematiek, criminaliteit. Ik wilde die mensen helpen. Niet door hun problemen voor ze op te lossen, maar door ze te leren hoe ze zelf de regie over hun leven kunnen krijgen.’ Sinds 2015 werkt Autar-Kanik als werkbegeleider in Feijenoord, een van de acht zogenaamde Children’s Zones. Dit zijn wijken waar tal van partijen samenwerken aan één heldere ambitie: de kansen van kinderen van 0-14 jaar vergroten.
Actief luisteren, interesse tonen, je kunnen inleven in anderen. Dat zijn volgens Autar-Kanik de belangrijkste eigenschappen die nodig zijn voor haar werk. Dat ze zelf opgroeide op Zuid, in een gezin waar huiselijk geweld aan de orde van de dag was, is een drijfveer voor haar.

Achter de voordeur
‘Toen mijn ouders uit elkaar gingen, moest ik mijn moeder helpen met dingen, waar kinderen eigenlijk niet mee bezig horen te zijn. Ik probeer mijn persoonlijke ervaringen geen rol te laten spelen in mijn werk, en altijd vanuit mijn professionaliteit te handelen. Maar als ik hoor dat een kind telkens naar instanties moet bellen, omdat hij als enige in het gezin de Nederlandse taal machtig is, gaan bij mij de alarmbellen rinkelen.’ Ze vertelt over die ene case, waarin een meisje van twaalf altijd de post voor haar moeder openmaakte en hierdoor als eerste de brief te lezen kreeg waarin stond dat het gezin uit huis zou worden gezet, vanwege een betalingsachterstand. ‘Dat is natuurlijk intens bedreigend voor een kind. Tegen de moeder in kwestie hebben wij gezegd: kom met je brieven naar ons toe, en laat je dochter gewoon kind zijn. Dat vind ik ontzettend belangrijk. Ik wil voorkomen dat kinderen meemaken wat ik zelf meemaakte.’

Schulden
Als een school, een huisarts of een Centrum voor Jeugd en Gezin een probleem signaleert rondom een kind, kan het wijkteam ingeschakeld worden. Elk wijkteam bestaat uit tal van professionals, van maatschappelijk werkers tot jeugdcoaches, schuldenspecialisten en verslavingszorg. Samen werken ze aan soms wel twintig cases tegelijk. Ze worden hierbij ondersteund door studenten van sociale HBO-opleidingen en universitaire studies. Autar-Kanik begeleidt een aantal van deze studenten. Ze begint elke dag met een briefing. ‘Ik vraag mijn studenten: hoe ziet je dag eruit? Bij wie ga je op huisbezoek? Wat zijn je doelen van dat bezoek? En hoe ga je die doelen bereiken?’
Ze hamert erop dat ze de problemen van een cliënt niet moeten óvernemen. ‘De bedoeling is dat de cliënt zelf leert hoe die zijn zaakjes moet regelen. Vaardigheden aanleren, door middel van ervaring, is de kern van de hulpverlening die we bieden.’

De rust moet terug
Als het puur om praktische ondersteuning gaat – helpen bij de administratie, een weekschema maken voor een gezin dat behoefte heeft aan structuur – kunnen de studenten het zelf af. Autar-Kanik blijft dan alleen op de achtergrond betrokken. Het komt echter vaak voor dat er meer speelt dan de eerste hulpvraag. ‘De moeder die om meer structuur vroeg, blijkt bijvoorbeeld een enorme schuld te hebben. Doordat ze hier continu over tobt, heeft ze geen ruimte meer in haar hoofd om de dingen binnen het gezin goed te regelen, en haar kinderen te helpen bij hun huiswerk. In dat geval pak ik de case over of pak ik hem samen met de student op. Schulden zijn een groot probleem in de wijk. Wie schulden heeft, raakt al snel gevangen in een vicieuze cirkel. Eerst moet de stress bij de cliënt worden weggenomen, zodat er rust ontstaat. Pas dan kunnen we de rest van de problemen aanpakken.’
Het resultaat van haar werk? ‘Dat die ene cliënt handvaten heeft die haar helpen bij de opvoeding. Dat ze er meer ís voor haar kinderen en naar ze luistert. Dat die andere cliënt zichzelf bij elkaar pakt en een afspraak maakt bij een psycholoog. Zich aanmeldt voor een taalcursus. Schuldhulp aanvraagt. Noem maar op. Dat zijn allemaal overwinningen.’
En dan te bedenken dat de belangrijkste resultaten niet meetbaar zijn: de problemen die werden voorkomen.