'Naastenliefde. Omkijken naar elkaar. Dat vinden wij normaal.'

'Naastenliefde. Omkijken naar elkaar. Dat vinden wij normaal.'

Werkers op Zuid: vrijwilligers Ada Kelder en Wilma Slobbe

Dagelijks werken de partners van het NPRZ om het op Zuid beter te maken voor de huidige en de nieuwe bewoners. Deze serie portretteert de mensen die zich inzetten voor een sterker Zuid. Deze keer de buurvrouwen Ada Kelder en Wilma Slobbe, die al honderden 75-plussers in IJsselmonde een bezoek brachten.

Ada Kelder en Wilma Slobbe zijn al ruim twintig jaar overbuurvrouwen van elkaar. Toen Slobbes man ziek werd, hield Kelder een oogje in het zeil. Toen hij overleed, installeerde Kelder een bel in het huis Slobbe. ‘Als er iets is, kan ze op het knopje drukken, en dan weet ik dat ik effe moet gaan kijken. Dat geeft haar een gevoel van veiligheid.’ Samen ondernemen de buurvrouwen leuke dingen om de eenzaamheid te bestrijden, en zetten ze zich in voor de ouderen in de buurt. Kelder: ‘Ouderensoos, klaverjas, bingo, schippersdag, bloemencorso, Sinterklaasfeest. Doen we al járen inmiddels!’
Toen in 2013 Bep de Bruin werd gevonden, die tien jaar dood in haar woning in Rotterdam-West had gelegen, begon de gemeente een campagne tegen eenzaamheid. De twee burvrouwen voelden zich direct geroepen en meldden zich als vrijwilliger aan.

Mummelig truitje
Sinds vier jaar bezoeken ze 75-plussers in hun wijk. Gewoon: aanbellen, vragen of het goed gaat en of ze even binnen mogen komen. ‘Je ziet vaak binnen enkele seconden of iemand zichzelf redt,’ zegt Slobbe. Kelder knikt instemmend: ‘Nog voor we zijn gaan zitten. Neemt niet weg dat wij onze ogen de kost geven, als iemand even naar de keuken is.’ Slobbe: Zag je dat mummelige truitje, zeg ik dan tegen haar.’
Tijdens de bezoekjes stellen de twee buurvrouwen vragen: heeft u hulp in huis? Hoeveel uur? ‘Als het ergens een smerige boel is, melden we dat bij Pit010, zodat zij hulptroepen op dat adres af kunnen sturen. Ondertussen gaan wij weer door naar de volgende.’

Ganzenborden
Ze bezoeken elke oudere één keer, niet vaker. ‘We zijn er echt om polshoogte te nemen. Voor herhaalbezoekjes zijn weer andere vrijwilligers. Maatjes heten die. Kijk, als je zegt dat je elke dinsdagmiddag komt ganzenborden, rekenen ze daarop. Kom je dan een keer niet, of kun je het niet meer opbrengen, dan vallen ze in een diep gat. Dat vind ik soms best moeilijk, dat je niet méér kunt doen voor sommige mensen. Maar we hebben het er simpelweg te druk voor, met alles wat we doen. Op dit moment zijn we hard op zoek naar vrijwilligers die met ons de postcodes 3078 en 3079 kunnen lopen. Het is gewoon te veel voor ons alleen!’

Normaalste zaak van de wereld
Waarom Kelder en Slobbe doen wat ze doen? ‘Naastenliefde. Omkijken naar elkaar. Dat vinden wij gewoon normaal. En je hoopt dat ze het ook voor jou doen, he, als het zo ver is.’ Slobbe benadrukt dat het ook heel léuk is om te doen. ‘Vaak tenminste wel. Je krijgt soms fantastische verhalen te horen bij de mensen die je bezoekt.’ Kelder vult aan: ‘Er zijn er ook die niet op ons zitten te wachten. Nou, dan gaan we weer. En je hebt er types tussen, die alleen maar kunnen klagen en vloeken. Of je komt in huizen, waar het zó stinkt, en de kattenstront tegen de plinten zit, dat je je zo snel mogelijk weer uit de voeten maakt.’ Slobbe, droogjes: ‘Maar je leert er wel veel van. Je wordt er rustiger van. Verdraagzamer.’

In het hart
Wat ze hebben met Zuid? ‘Niks!’ lacht Kelder. ‘We hebben wat met IJsselmónde.’ Slobbe: ‘Ik ben er geboren, ik woon er mijn hele leven, ken hier de halve wijk.’
Andersom heeft Zuid wel wat met Kelder en Slobbe. Sterker nog, heel Nederland heeft het duo in het hart gesloten, sinds de vertoning van de film Goede Buren, die Stella van Voorst van Beest maakte over de twee buurvrouwen. Deze werd in bioscopen door het hele land vertoond, soms mét nagesprek met Kelder en Slobbe, en was ook op tv te zien. ‘Er zijn zoveel mensen naar ons toegekomen, van: wat fantastisch wat jullie doen! Dat onze inspanningen zo worden gewaardeerd, dat doet wel wat. Het geeft ons motivatie om voorlopig nog wel even door te gaan.’