‘Voor je eigen moeder zou je het ook doen’

‘Voor je eigen moeder zou je het ook doen’

Werkers op Zuid: Salim Elfassi van Stichting KOCO

 

Dagelijks werken de partners van het NPRZ om het op Zuid beter te maken voor de huidige en de nieuwe bewoners. Deze serie portretteert de mensen die zich inzetten voor een sterker Zuid. Deze keer: ondernemer Salim Elfassi, die zich met Stichting KOCO inzet voor kwetsbare ouderen en jongeren in Carnisse.

Het is 14 december 2020, de dag waarop Rutte een tweede lockdown zal afkondigen. Het nieuws zingt al rond in Nancy Zeelenbergflat in Carnisse, waar zo’n honderd ouderen in kleine eenkamerflats wonen. ‘Zo’n lockdown is voor niemand leuk. Maar voor de mensen die hier wonen, is het echt verschrikkelijk,’ zegt Salim Elfassi, die in zijn lege restaurant zit, op de begane grond van de flat. ‘De meeste zijn kwetsbaar en eenzaam. Sommigen hebben letterlijk niemand meer. Het samen eten in het restaurant en de activiteiten die we organiseren, zijn het enige waarvoor ze hun kamer nog uit komen. En die zullen de komende weken allemaal niet doorgaan.’ Achter hem staat een bont versierde kerstboom. Rondom de ingang van de keuken knipperen lichtjes.

Buurvrouw
In 2018 is Elfassi neergestreken in de Nancy Zeelenbergflat, met het idee een restaurant te beginnen waar eenzame ouderen samen kunnen eten. Daar ging wat aan vooraf: ‘Ken je dat verhaal van die mevrouw die tien jaar lang dood in haar woning lag in Rotterdam-West?’ vraagt hij. ‘Dat was mijn buurvrouw. Ze woonde drie huizen verder. Tien jaar lang ben ik langs dat huis gelopen, zonder te weten dat daar iemand lag. Niemand had haar gemist. Dat heeft me aan het denken gezet.’ Het was 2015, door de crisis was Elfassi zijn baan bij een onderzoeksbureau kwijtgeraakt en hij besloot iets te gaan doen wat hij al heel lang van plan was: een wereldreis maken en Spaans leren. ‘Toen ik terugkwam, wist ik wat ik wilde. Ik wilde iets betekenen voor de stad waar ik woon, door eenzaamheid aan te pakken.’

Van maaltijd naar zorg
Via Woonbron kreeg Elfassi het leegstaande restaurant van de Nancy Zeelenbergflat aangeboden. ‘Ik kende Carnisse niet. Ik had überhaupt geen binding met Zuid, had er alleen maar horrorverhalen over gehoord. Toch ben ik gaan kijken. Ik kwam hier en raakte al snel in gesprek met een paar van de ouderen die hier wonen en toen…’, Elfassi krijgt een zachte blik in zijn ogen, ‘… ja, toen was ik om.’
Een restaurant beginnen, dat was het idee. Maar hoe meer maaltijden Elfassi uitserveerde, hoe meer bewoners hij leerde kennen, en hoe scherper zijn beeld werd van hun hulpeloosheid. ‘Je hoort een bewoner zeggen dat hij al jaren niets anders heeft gegeten dan boterhammen. Je merkt dat iemand zwaar verwaarloosd is. Of ziek, en niet de verzorging krijgt die ze nodig heeft. En op het moment dat je een keer in iemands woning komt, schrik je je rot. Al heel snel zijn we zorg gaan verlenen aan de meest kwetsbare mensen in de flat. En daar zijn we steeds verder in gegaan.’

Ogen druppelen
‘We’ is het team van Elfassi, waarvan de ervaren kokkin Chahrazad en projectcoördinator Henifa de harde kern vormen. De drie kunnen met elkaar lezen en schrijven, en hebben met veel van de meest kwetsbare bewoners een persoonlijke band. Daarnaast werken ze met mensen die in de bijstand zitten, tussen wal en schip beland zijn en door het Leerpraktijkcentrum naar Elfassi zijn doorverwezen. ‘Ze doen schoonmaakwerk, draaien mee in de keuken of helpen bij de verzorging van de ouderen: een maaltijd brengen, ogen druppelen, een boodschap doen, alles wat de ouderen zelf niet kunnen.’
Zelf kennen Salim, Chahrazad en Henifa geen grenzen als het om de zorg voor de bewoners gaat. ‘Eén bewoonster was al jaren niet gewassen. Dat rook je. Ook haar woning bleek zwaar verwaarloosd. Dan tel je even tot drie en dan ga je aan de slag. Ja, natuurlijk. Het zou je moeder maar zijn.’

Mevrouw Mes
Een paar keer valt de naam van mevrouw Mes. Ze is 97 jaar, ‘een chic dametje’, zegt Elfassi. En ook zij is heel alleen. Op haar vrije zondag, komt Chahrazad tóch naar Nancy Zeelenberg om spelletjes met Mevrouw Mes te doen, en haar huis schoon te maken. Als Mevrouw Mes naar de dokter moet, of naar het ziekenhuis, gaat Elfassi met haar mee. ‘Tuurlijk. Niemand anders doet het, en ik zou het voor mijn moeder ook doen. Dat blijft mijn motivatie. Maar ik haal zelf ook plezier uit het contact. Ik ga heel graag om met ouderen. Wat ik zo leuk vind aan ouderen: ze zijn híer.’ Elfassi wijst met zijn vingers naar de vloer van zijn restaurant. ‘Ze zitten niet in hun mobieltje. En ze hebben ontzettend veel te vertellen. Prachtige verhalen over vroeger. We kunnen zoveel van ze leren.’

Helpen
Onlangs woonde Elfassi de crematie van meneer Fransen bij. ‘Chahrazad, Henifa en ik waren de enige drie aanwezigen. Die man had verder helemaal niemand die naar hem omkeek. Dat breekt je hart.’ Wat hij het moeilijkst vindt aan zijn werk? ‘Dat je veel meer hulp zou willen bieden dan je kunt. Daarvoor heb ik simpelweg meer mensen en meer geld nodig. Maar we doen wat we kunnen.’
Zijn beeld van Zuid is erg veranderd, sinds hij hier in Carnisse onderneemt, zegt Elfassi. ‘Eerst dacht ik bij Zuid aan criminaliteit. Nu denk ik aan kwetsbaarheid. Aan mensen die in de steek zijn gelaten door alles en iedereen. Dat ik die mensen kan helpen, geeft mij heel veel voldoening. Ik doe nu echt waar mijn hart ligt.’ Hij staat op, het is tijd om de lunch klaar te maken. Want lockdown of niet, de mensen boven verdienen een gezonde maaltijd.