‘Zelfvertrouwen ontwikkelen kost tijd. Hier zijn we van de lange adem’

‘Zelfvertrouwen ontwikkelen kost tijd. Hier zijn we van de lange adem’

Werkers op Zuid: Zoe Cochia van galerie Niffo

Dagelijks werken de partners van het NPRZ om het op Zuid beter te maken voor de huidige en de nieuwe bewoners. Deze serie portretteert de mensen die zich inzetten voor een sterker Zuid. Deze keer: Zoë Cochia, die met Galerie Niffo talloze jongeren helpt bij het veroveren van een plek in de maatschappij.

Het is vrijdagochtend, 11.00 uur. Het regent op de Pretorialaan, maar binnen bij Galerie Niffo is het behaaglijk. Hier zit Zoë Cochia om tafel met vier jonge meiden. Twee van de meisjes zijn van Eritrese afkomst, spreken nauwelijks Nederlands, en stellen zich schuchter voor. De derde, die zich voorstelt als Sue-Geeny, is mondiger. Ze vertelt dat ze een mbo1-opleiding volgt en twee dagen per week stage loopt bij Niffo. De vierde zit op de kunstacademie en begeleidt de andere meisjes. Ze hebben allemaal een vel papier voor zich liggen. ‘We zijn gisteren naar Art Rotterdam geweest,’ legt de kunstacademiestudente uit. ‘Nu maken we een verslag van wat we gezien hebben.’ Eén van de Eritrese meisjes gaat ondertussen thee zetten.
Niffo is een galerie/recycle-studio met een maatschappelijk en educatieve functie. ‘We brengen jongeren hier in aanraking met allerlei kunstuitingen. Tekenen op groot papier, schilderen, werken met karton, muziek, gedichten maken,’ vertelt Cochia. ‘Daarnaast organiseren we concerten, tentoonstellingen, filmmiddagen en poëzie- en spoken word events. De jongeren leren hier ook andere vaardigheden. Van op tijd komen tot lunch klaarzetten, van presenteren tot verslagen schrijven tot je spullen opruimen als je klaar bent met werken of gewoon even iemand helpen met boodschappen doen. Daarom spreek ik altijd van ‘kunst met een bezem’: de praktische en sociale vaardigheden die de jongeren hier meekrijgen, zijn minstens zo belangrijk.’

Op het goede spoor
Zelf was Cochia 27 toen ze vanuit Roemenië in Nederland terecht kwam. ‘Ondanks de goede opleiding die ik in Roemenië gevolgd had, had ik een moeizame start in Nederland. Ik gun het de jonge mensen om op tijd op het goede spoor te komen.’ Cochia werkte jarenlang als docent bij de wijkschool: een traject dat jongeren tussen de 16 en 23 zonder startkwalificatie, baan of opleiding, klaarstoomde voor een mbo1 opleiding aan Albeda of Zadkine. In 2014 stopte de wijkschool. ‘Vanaf dat moment zag ik heel veel jongeren tussen de wal en het schip terecht komen. Ze konden nergens heen. Met Niffo probeerde ik ze een veilige plek te bieden.’

Als familie
Niffo is straattaal en betekent ‘neef’. Niffo moet een familiaire plek zijn, waar jongeren, maar ook andere doelgroepen, zich welkom voelen en waar ze zich in alle rust kunnen ontwikkelen. Cochia: ‘Hier werken we in kleine groepjes, en nemen we de tijd. Lukt het niet meteen, dan mag je gewoon opnieuw beginnen. Dat vind ik heel belangrijk, want zelfvertrouwen ontwikkelen kost tijd. Hier zijn we van de lange adem.’
Cochia is eigenlijk niet zo happig op het geven van interviews. Laat staan dat ze graag op de foto gaat. Als ze naar haar zin te lang aan het woord is geweest, zegt ze: ‘Het gaat niet om mij. Het gaat om de jongeren.’

Erover praten
Sue-Geeny legt uit waarom zij twee dagen per week bij Niffo is. ‘Er zijn heel weinig stageplekken voor leerlingen van mijn opleiding (mbo1, zorg). Ik wil graag met kinderen werken, maar daarvoor heb je niveau 2 of 3 nodig. Ik kon dus nergens terecht. Toen zei Zoë: kom maar bij mij.’
Wat ze zoal geleerd heeft? ‘Vanmiddag ga ik een knutselworkshop geven op een basisschool in de buurt, die ik zelf voorbereid heb. Ik ga de kinderen een cactus laten knutselen van karton. Zoë heeft mij geleerd hoe je een lesplan schrijft, want ik wist helemaal niet hoe dat moest. Toen ik hier kwam dacht ik eigenlijk dat ik helemaal niks kon, maar ik heb echt wel dingen geleerd. Dat je over dingen moet praten als er iets gebeurd is, bijvoorbeeld. En dat ik toch wel dingen kan.’

Stapje verder
Cochia vertelt over Andy. Een jongen die in het eerste jaar van Niffo’s bestaan, veel over de vloer kwam, en nog steeds regelmatig aanwaait. ‘Elke keer dat ik hem zie, is hij een stapje verder gekomen. Dat hij hier nog steeds komt, vind ik heel fijn. Blijkbaar voelt Niffo als een warme plek voor hem, waar hij altijd even kan binnenkomen. Dat is voor mij…’ Cochia valt even stil, de brok in haar keel zit in de weg.
Later vertelt ze hoe de buurt gentricifeert, en hoe de huren stijgen. Maar ze piekert niet over verhuizen. ‘Ik wil in het hart van de wijk blijven. Dat is zo belangrijk! Gelukkig zijn er instellingen als Centrum Beeldende Kunst Rotterdam en Sculpture International Rotterdam die interesse hebben getoond in een samenwerking met Niffo. Dat geeft mij hoop voor de toekomst. Niet voor mijzelf, maar voor de jongeren.’