‘Ik ga het hier ontzettend leuk maken!’

‘Ik ga het hier ontzettend leuk maken!’

Riet Pouwels verhuisde noodgedwongen van de Tweebosbuurt naar IJsselmonde

Zuid is steeds meer een geliefde woonplek. Huidige bewoners verhuizen steeds minder de wijk uit als ze het beter kregen en nieuwe bewoners weten Zuid inmiddels goed te vinden. In de serie 'Bewoners op Zuid' vertellen nieuwe en oude Zuiderlingen hun woonverhaal. Dit keer de 90-jarige Riet Pouwels die verhuisde van de Tweebosbuurt naar IJsselmonde.

Mevrouw Pauwels heeft haar rollator voor de vensterbank geparkeerd. Met een hand houdt ze zich vast, met de ander wijst ze haar planten aan. ‘Die bonsai heb ik voor mijn negentigste verjaardag gekregen,’ zegt ze. ‘Van mijn broer, leuk he. En kijk, die orchideeën krijgen al uitlopers.’ Ze loopt ze allemaal langs. ‘Ik geef ze elke dag plantenvoeding. Ik vind het een heerlijk werkje, ben dól op tuinieren. Dat ik geen tuin meer heb, dat vind ik het ergste van alles. Ik ben een echt natuurmens en al die jaren aan de Tweebosstraat een heel fanatieke tuinierster geweest. Ik had mijn eigen gekweekte buxussen en zúlke rozen. Ik heb de meetlat er weleens bij gehouden, 17 centimeter, echt waar.’ Ze gaat zitten.

Thuis in de Tweebosbuurt
Tachtig jaar lang woonde mevrouw Pauwels aan de Tweebosstraat in de Tweebosbuurt, die momenteel een grote transformatie ondergaat. ‘Een heel mensenleven,’ zal ze tijdens het gesprek een paar keer benadrukken. Ze bracht er een groot deel van haar jeugd door, waarin ze al jong veel verantwoordelijkheden kreeg. Ze moederde er over haar jongere broertjes en zusjes tot die volwassen waren en zij kon trouwen met haar man. Met hem woonde ze ruim vijfendertig jaar samen, tot hij op zijn 65ste overleed. Al die jaren daarna woonde Pauwels weliswaar alleen, maar omdat ze de halve wijk kende, voelde ze zich niet eenzaam. ‘Als de school uitging, en al die ouders en kinderen langs mijn raam liepen, werd er uitbundig gezwaaid en kreeg ik talloze handkusjes toegeworpen. Heerlijk!’

Het bericht waarin Vestia de herstructureringsplannen van de wijk aankondigde, kwam dan ook rauw op haar dak. ‘De brief over de plannen kwam op een vrijdag, en de woensdag daarop was de eerste bijeenkomst al. Daar drong het tot me door dat het echt de bedoeling was dat we allemaal zouden gaan verhuizen.’ Pauwels’ reactie? ‘Ik ga er niet uit, ik blijf hier.’ En ze deinsde er niet voor terug om dat voor de camera’s van TV Rijnmond te herhalen.
‘Hoe kun je nou weg van de plek waar heel je leven zich heeft afgespeeld?’ Toch veranderde er bij mevrouw Pauwels iets na de tweede bijeenkomst. ‘Ik ben gaan nadenken: nu kan ik wel protesteren en eigenwijs zijn, maar als het lang gaat duren en iedereen gaat weg, dan sta ik er straks helemaal alleen voor.’ Door die gedachte liet ze zich overhalen om toch eens te gaan kijken bij de vervangende woningen die Vestia haar aanbood. ‘Ik zei: ik wil overal naartoe, naar Barendrecht, naar IJsselmonde, het maakt me allemaal niet uit, maar ik wil wel weer een tuin.’

Toekomstbestendig wonen
Begeleid door Vestia bekeek mevrouw Pauwels meerdere woningen. ‘Die waren het allemaal niet.’ Tot ze op de Klamdijk in IJsselmonde ging kijken. ‘De woning was ruim, had een prachtige lichtinval, een mooi uitzicht, maar geen buitenruimte. Maar het was wel de beste woning tot nu toe.’ Ze bekeken nog een woning mét balkon, maar die bleek voor mevrouw Pauwels te duur. ‘Toen ben ik toch voor het appartement zonder buitenruimte gegaan. En ik mis het, dat ik niet naar buiten kan. Zeker. En toch is het goed, zo. Ik loop moeilijk, en deze woning is daar helemaal op ingericht. De tram stopt voor de deur. Er zit een knóts van een Lidl in de buurt, waar ik graag boodschappen doe. Ik kan met mijn scootmobiel naar Winkelcentrum Keizerwaard. En wat ik nog het leukste vind: ik heb Klootwijk in de buurt, waar ik vroeger altijd met de bus naartoe moest vanuit de Tweebosbuurt!’

Groene oase
Dat haar geliefde Teckel Juppie zes dagen na de verhuizing overleed, was heel erg verdrietig. Pauwels heeft het er nog steeds moeilijk mee. En ook haar tuin zal ze elke dag missen. Maar mevrouw Pauwels is niet het type dat heel lang zit te sippen. Ze wil een cavia aanschaffen, die gezellig bij haar door de huiskamer mag lopen. En op de gallerij, bij haar voordeur, is ze een groene oase aan het aanleggen. Met tal van groene planten, die om haar liefdevolle verzorging vragen, en een teckel van steen. Ze wijst naar de lege potten: ‘Ik ga gauw even naar de Intratuin om leuke planten te kopen. Ik ga het hier ontzettend leuk maken!’